Een
Nederlandse benaming van Callicarpa ontbreekt en is van de familie
Verbenaceae.
Dit is een eenvoudige, bijna onopvallende bladverliezende sierstruik,
doch heeft deze zoals iedere plant iets aparts in petto. De paarse tot
lila roze bessen verschijnen onder de vorm van trossen, van september
tot december. Dit geeft aan deze doorlevende plant een bijzonder
aspect. De overvloedige bessen gaan pas echt opvallen nadat de bladval
plaats heeft gehad.
Callicarpa is vrij sterk en winterhard en kan aangewend worden in de
tuin als solitairplant of tussen natuurlijke schermaanplanting. Heeft
een matige groei en kan gerekend worden tot de half grote heesters die
kan uitgroeien tot meer dan 2 meter hoog. Opgepast: jonge planten
kunnen bij zware vorst schade oplopen.
Qua standplaats groeit deze op een zonnige of half beschaduwde plaats
en stelt weinig eisen aan de bodem zodat bijna iedere tuingrond
geschikt is. Het blad is eivormig gepunt tot langwerpig en lichtgroen
van kleur. In de herfst heeft deze een mooie herfstkleur en na de
bladval manifesteert deze zich tot een attractie van veelvuldige
bessen die nog lang aan de plant blijven zitten. De takken kunnen
afgeknipt worden, om in een vaas de woonplaats op te fleuren of
verwerkt worden in boeketten bij het bloemschikken.
Snoeien beperkt zich tot het wegsnijden van oude takken, doch
bevordert nieuwe takken en besvorming.
Vermeerderen door stekken.
De meest bekende cultivars zijn:
Callicarpa bodinieri ‘Giraldii’: donkerviolette bessen.
Callicarpa bodinieri’Profussion’: paarse en grotere vruchten
Callicarpa dichotoma: dieppaarse bessen, kleinste variëteit.
Callicarpa japonica ’Angustifolia’: lang smal blad, tragere groei.
Dedobbeleer Charles, hoofdredacteur De
Tuingids