De
Corylus (hazelaar) is een gemakkelijke bladverliezende struik met een
opgaande groei en kan uitgroeien tot een vrij groot exemplaar van 3
tot 4 m. hoog. De variëteit maxima is de groenbladige of gewone
hazelaar. ‘Purpuprea’ of bruine hazelaar heeft een zwartpurper
goed gevormd blad. Deze groeien praktisch op iedere grond, hechten
weinig belang aan de bodemgesteldheid.
Worden aangeplant voor de vruchten, als sierplant in grotere tuinen en
tevens gebruikt in de bloemsierkunst. Hoeven niet noodzakelijk
gesnoeid te worden, doch wenselijk periodiek flink insnijden om de
snelle groei af te remmen.
Daarentegen is de ‘Contorta’ een meer compacte en gedrongen
heester die veel trager groeit en uiteindelijk een maximale hoogte en
breedte van 2 m. bereikt. Naar verluid werd destijds in Engeland een
hazelaar aangetroffen met kronkelige takken, intussen sinds geruime
tijd verspreid in menige siertuin. De krulhazelaar of kurkentrekker
laat zich het meest opvallen tijdens de winter, zijn grillige aard en
gedraaide takken zijn pas echt zichtbaar na het vallen van het blad.
Zijn sierlijkheid is een echt natuurlijk kunstwerk door zijn
merkwaardige kringelende takken.
De hangende gele katjes luiden het voorjaar in en maken deze plant nog
attractiever. Het nogal armzalig blad doet soms vrezen dat zich een of
andere aantasting of ziekte heeft meester gemaakt van deze plant. Maar
dit is zeker niet het geval, de bladeren groeien namelijk zoals de
takken, gedrongen en grillig. Hazelnootjes verschijnen eveneens op
deze cultivar maar in mindere mate dan bij de twee bovenvermelde
soortgenoten.
De gewone Corylus vermeerderen door gestratificeerd zaad, de
krulhazelaar enkel door te enten.