NATUURLIJKE
OMGEVING
De exotische prehistorie is uniek in Australië en komt voornamelijk
voor als onderbeplanting in verschillende soorten bebossing, langs
rivieren, op hoogtevlaktes en in eucalyptus- en dennenbossen.
Dicksonia Antarctica komen van de hoogtevlaktes van Tasmanië waar een
koel zeeklimaat heerst op een hoogte tussen de driehonderd en duizend
meter. Deze kunnen tegen strenge vorst in hun omgeving. Is een schaduw
minnende plant, maar met voldoende vocht is hij ook geschikt voor
zonnige locaties.
GROEIWIJZE
De D.A. wordt getransporteerd als kale stam met al de bladeren,
wortels en grond. De hergroei wordt in gang gezet door de hele stam te
bevochtigen en in het bijzonder de kop van de stam. U kunt er vanuit
gaan dat U nooit teveel water kunt geven omdat dit langs de stam weer
afgevoerd wordt.
BLADEREN
Vanuit de kop van de stam verschijnen de eerste bladeren in drie tot
acht weken en zijn deze na het uitkomen ongeveer volgroeid. De
bladeren komen in het voorjaar met tien tot dertig tegelijk
afhankelijk van de stammaat. Individuele bladeren verschijnen het hele
jaar door. Verdroogde bladeren moeten verwijderd worden, dit
stimuleert de groei van nieuwe bladeren.
DE STAM
De lengtegroei van de stam is 3 tot 5 centimeter per jaar afhankelijk
van zijn standplaats.
DE WORTELS
De relatie tussen de wortels en de stammaat is minder belangrijk dan
bij andere planten. Bij een nieuwe aanplanting ontwikkelen de wortels
zich vrij snel, maximaal 8 weken. De stam bestaat uit een netwerk van
wortels welke belangrijk zijn voor de voedingstoffen.
TEMPERATUUR
In zijn natuurlijk omgeving varieert de temperatuur tussen –13° C.
en + 35° C. In een buitensituatie of solitaire aanplanting kunnen
temperaturen van –5° C. en kouder gemakkelijk doorstaan worden op
voorwaarde dat de stam enkele weken de tijd heeft gehad om in te
wortelen.
EXTREME VORSTSITUATIES
Wanneer de temperatuur onder de –5 ° C. gaat en er een strenge
vorst in het vooruitzicht is, neem dan volgende voorzorgsmaatregelen.
Verwijder alle bladeren tot 10 cm. boven de kop van de stam.
In zijn natuurlijke omgeving werkt de vorm van de bladeren als een
trechter van afgevallen bladeren van de bomen die in de omgeving
staan. De composterende bladeren werken als isolatie gedurende de
wintermaanden en worden in de lente door het nieuwe schot er weer
uitgeduwd.
Dit proces kan worden verholpen door handmatig 15 cm. composterend
blad of ander materiaal in de kop te plaatsen. Dit moet bij voorkeur
in de herfst gebeuren.
Omwikkel de kop van de stam met een of ander isolerend materaal
gedurende de strenge vorst periode.
BEPLANTINGS MOGELIJKHEDEN
Composterende luchtige grond bevordert de worteling van de stam.
Gebruik hiervoor als alternatief een degelijke universele potgrond of
plantputaarde. Als regel wordt de ¼ van de stam in de grond
geplaatst, bij grotere maten kan hiervan afgeweken worden op
voorwaarde dat de plant voldoende stabiel staat.
De Dicksonia Antarctica is eveneens geschikt als potplant, daar hij
een klein wortelgestel heeft kan hij jaren in dezelfde pot blijven
staan. Dit maakt dat deze eveneens geschikt is voor
interieurbeplanting en huiskamers.
Dedobbeleer Charles, hoofdredacteur De
Tuingids