Elaeagnus
kan onderverdeeld worden in twee groepen, namelijk de bladverliezende
en de wintergroene. Echter van groot belang is de standplaats en de
toepassing van dit gewas, namelijk de bladverliezende groeien veel
sneller en zijn meer winterhard. Hierna volgt een bespreking van de
belangrijkste soorten.
Bladverliezende Olijfwilg
Elaeagnus angustifolia: is eerder een grote struik die tot boom kan
uitgroeien van 3 tot 5 m. hoog. Heeft zilvergrijze takken licht
gedoornd met lancetvormige grijsgroene bladeren van 5 tot 8 cm. lang.
De onderzijde van het loof is licht behaard en zilvergrijs van kleur.
De bloei van gele bloempjes in mei – juni is bijna onopvallend,
nadien manifesteren zich langwerpige vruchtjes. Deze kan aangeplant
worden als haag of alleenstaand om een wilde tuin te creëren . Gedijt
op arme en droge grond en is bestand tegen zeewind.
Elaeagnus commutata: grote heester die 5 m. hoog kan worden. De
twijgen zijn ongedoornd, bruin van kleur en herkenbaar door hun
afschilferende bast. Het blad is eirond en glanzend zilverkleurig aan
beide zijden. De bloei is tevens van weinig of geen belang. De
standplaats is dezelfde van hoger vernoemde en heeft de eigenschap
zeer winterhard te zijn.
Bladhoudende Olijfwilg
Elaeagnus ebbingei: middelmatig snel groeiende sierstruik die in vrije
vorm tot 3 m. hoog kan worden. Heeft een langwerpig rond blad, de
bovenzijde is glimmend groen met minuscule witte stipjes en is
onderaan zilverwit van kleur. Bloeit met wit geurende bloempjes in het
voorjaar, doch de bloei is niet primerend. De sierwaarde is merendeels
te danken aan zijn decoratief blad. In tegenstelling met de
bladverliezende variëteiten, groeit deze op zijn best in een
humusrijke en een meer voedzame bodem in volle zon of half schaduw.
Bij zware vorst kan de plant beschadigd worden met bladverlies als
gevolg. De toepassing is polyvalent, als solitair in de border, als
afwisselende sierstruik in schermen en vooral als haagplant. Het gewas
verdraagt zeer goed snoei en vormt hierdoor een uitstekende sierhaag.
Elaeagnus ebbingei ‘Limelight’: heeft dezelfde eigenschappen als
voorgaande, doch de groei is iets trager. Het blad heeft een centraal
geel gevlekt hart en is met groen omrand.
Elaeagnus pungens: groeit meestal niet hoger dan 2 m. hoog. Het blad
is glimmend groen en aan de onderzijde zilvergrijs. De takken zijn
bruin van kleur en licht gedoornd. In de praktijk zijn de bonte
soorten meer van toepassing en is hierdoor de meest gangbare.
Elaeagnus pungens ‘Maculata’: heeft zelfde hoedanigheid als hoger
vermelde. Hier is het blad in het midden geel gevlekt of gestreept met
groene rand.
Vermeerdering: de bladverliezende door zaad, de wintergroene door
stekken en enten.