Het geslacht Euonymus is relatief groot hierdoor kan deze best
onderverdeeld worden in twee groepen, namelijk de badhoudende en de
bladverliezende sierstruiken. De wintergroene soorten vormen het
grootste gamma en kunnen aangewend worden als klimplant,
bodembedekking, solitair of borduur plant naargelang de cultivar. De
bladverliezende variëteiten zijn eerder struiken of kleine bomen die
aangeplant kunnen worden in de border of massieven. Dit zijn meestal
opgaande struiken met een opvallende herfstverkleuring en zeer mooie
vruchten die uit vier lobben bestaan. Heel remarquabel zijn de hoekige
takken die bijna vierkant lijken door de 4 kurklijsten op de twijgen.
De plant kan aangeplant worden op een zanderige, goed doorlaatbare,
vruchtbare bodem of leemgrond, een te zware of vochtige grond is
minder geschikt. Als standplaats is een plek aanbevolen in volle zon
of halfschaduw.
De meest courante cultivars zijn:
Euonymus alatus
Dit is een dicht vertakte bijna ronde struik met een gedrongen groei
die tot 2 meter hoog kan worden. De twijgen zijn voorzien van 4 bruine
kurklijsten, vandaar de bijna vierkante takken. Het blad is lichtgroen
van kleur, langwerpig rond en 3 tot 5 cm. lang. In de herfst
verkleuren de bladeren heel attractief van oranjerood tot geel. Bij
deze plant groeien er nauwelijks of geen vruchten aan de takken.
Euonymus alatus ‘Compactus’
Een nog meer gedrongen sierstruik met eveneens een fraaie
herfstverkleuring. Deze heeft dezelfde eigenschappen als bovenvermelde
doch groeit niet hoger dan 1 meter.
Euonymus europaeus
Opgaande struik die tot een kleine boom kan uitgroeien tot 3 à 4
meter hoog. De groene takken zijn voorzien van hoekige en kurkachtige
strepen. Het blad is lichtgroen en ellipsvormig van vorm en 3 tot 8
cm. lang. In mei bloeiend met witte kleine bijna onopvallende
bloempjes. De vruchten zijn donkerroze van kleur met daarin fel oranje
zaden.
Euonymus europaeus ‘Red Cascade’
Deze is meer geschikt voor de siertuin, groeit tot 2 meter hoog en
breed. Laat zich onderscheiden door zijn tragere groei, de veelvuldige
rode bessen en de overhangende twijgen .
Vermeerderen door zaad doch stekken is gebruikelijker