Tot
dit geslacht behoren de middelgrote bamboes die opmerkelijk sterk en
winterhard zijn. Door zware vorst en veel wind kan het loof schade
oplopen, doch nadien herstelt deze makkelijk. De groei is opgaand en
na een paar jaar buigen de scheuten licht over. Het blad is
donkergroen, groot tot middelgroot. Pseudosasa onderscheidt zich door
de dikkere, hogere en de weinig ontwikkelde knopen van de stengels met
de Sasa soorten.
Een humusrijke bodem dat voldoende vocht en voedsel bevat is
noodzakelijk voor een optimale groei. Het gebruik van de bamboe is
veelzijdig en geschikt als solitair, haagbeplanting en kuipplant.
Opgepast, deze bamboe kan even breed als hoog worden en groeit
snel door via de uitlopers.Als kuip- of potplant dient deze hierdoor
regelmatig gescheurd of verpot te worden, anders gaat de kuip of
terracotta gewoonweg barsten. Voor de aanplanting in volle grond is
tevens een ruime standplaats voorzien, hierdoor is deze niet geschikt
voor de kleine tuin.
Het vermeerderen van deze planten is heel eenvoudig te doen door
scheuren of het afnemen van wortelscheuten. Zoals gesteld, zeker
noodzakelijk voor exemplaren in pot of kuip maar ook noodzakelijk voor
bamboes in volle grond. Hier dan evenwel om de groei in de breedte
binnen de perken te houden.
Om deze bamboes gemakkelijk te onderscheiden van andere breedbladige
soorten volstaat het om de stengels eens nader te bekijken. Op de
Pseudosasa Japonica ’Tsutsumiana’ na heeft geen enkele plant van
deze familie groeven in de stengels en kunnen deze dan ook als zeer
cilindrisch van vorm omschreven worden.
Van deze schijn dwergbamboe (zoals de vertaling uit het Japans ons
leert) zijn er twee belangrijke soorten die het bij ons goed doen:
Pseudosasa Japonica
Zeer groot voordeel van deze tot 2 ŕ 4 meter hoog wordende bamboe is
het feit dat de rizomen (wortelstokken) vrij kort blijven. De plant
zal dan geen te vergaande uitlopers ontwikkelen. Het gebrek in lengte
wordt anderzijds ruim gecompenseerd met het aantal. Uitdunnen zal dan
jaarlijks een opdracht zijn. Bij deze soort springt meteen het
weelderig lover in het oog, op toch relatief dunne stengels. Zeker in
vergelijking met andere soorten. In Japan spreken ze van de
“Ya-dake” als het over deze soort gaat, wat zoveel betekent als
rechte mooi ontwikkelde stengels, waarvan men zeer goed pijlen kan
maken. Het recht zijn van de stengels wordt geaccentueerd door het
feit dat de knopen (de typische stengelverdikkingen van bamboes) wel
aanwezig zijn maar bijna geen volume. Stengels zijn zacht olijfgroen
en opvallend zijn de vrij lang behouden stengelscheden. De opstaande
groei wordt ook benadrukt door de zijtakken. Die nemen eveneens een
vrij verticale houding aan maar zullen zich het eerste jaar van
uitlopen vrijwel nooit volledig ontwikkelen. Door een duidelijk
afgelijnde gele middennerf krijgt het donkergroene blad dat aan de
bovenzijde glanzend is een extra aantrekkingskracht. Bladeren kunnen
een lengte behalen van 30 cm op een gemiddelde breedte van bijna 4 cm.
Nooit panikeren als uw tuinbamboe niet bloeit. Integendeel zelfs. Want
een bloeiend exemplaar heeft wel enkele jaren nodig om te recupereren.
Dit omdat de plant na de bloei meestal afsterft tot tegen de grond en
van nul moet herbeginnen.
Pseudosasa japonica ‘Tsutsumiana’
Verhoudingsgewijs eerder een kleintje te noemen, want met z’n 1,5
tot 2,5 meter hoogte kan hij niet echt concurreren met de P. japonica
of andere bamboe soorten. De ‘sjalot-bamboe’ zoals de Japanners
hem plegen te noemen heeft evenwel voldoende kwaliteiten om toch ook
een volwaardige plaats te krijgen in een tuin. In de eerste plaats
biedt deze het voordeel al veel beter geschikt te zijn voor kleinere
tuinen gezien de beperkte hoogte. Ook de uitlopende wortelstokken doen
het opvallend minder wat uiteraard verwildering tegengaat en deze
plant gebruiksvriendelijker maakt. Zeer sierlijk, als enige van de
Pseudosasa familie, zijn de groeven die zich zeer duidelijk aftekenen
op de stengeldelen, gelegen tussen twee internodiën, maar ook
doorlopen over de typische bamboeverdikkingen. De stengelscheden
blijven bij deze soort vrij lang aan de plant aanwezig, maar laten
zich goed verwijderen eens ze uitgedroogd zijn. Voor sommige mensen
moet er hierbij toch gewaarschuwd worden voor een mogelijke
huidirritatie. Deze zou veroorzaakt kunnen worden de ruwe haartjes die
zich op deze stengelscheden bevinden.
Door de beperktheid van wortelstokken heeft deze ‘Tsutsumiana’
(genaamd naar dhr. Tsutsumi) een streepje voor om gebruikt te worden
als kuipplant. Maar weet dan wel dat u pas een mooie plant krijgt
–zeker wat betreft de verdikking van de internodiën- als u
voldoende voedingsstoffen met gepaste regelmaat toedient.