Over
deze alom gekende bloem of bolgewas valt in principe weinig te
schrijven, niettegenstaande dit artikel met wat meer informatie.
Tulpen worden gekweekt als snijbloem en komen tevens veelvuldig voor
in tuinen en parken. Bestaan in alle kleuren en geuren, hoge en lage,
vroege of late, tenslotte uit een enorm gamma van meer dan 4.000 variëteiten
.
Oorspronkelijk is de tulp afkomstig zijn uit Turkije en Perzië en
werd daar eerbiedwaardig behandeld als heilige plant. De bloem werd
daar vergeleken met het aldaar gebruikte hoofddeksel, “dulbend”
betekent tulband en heeft wellicht hieraan zijn naam verworven.
Vanaf begin deze eeuw werden honderden hectares cultuurgronden benut
om de tulpen voor handelsdoeleinden te kweken. De bekendste
leveranciers zijn de Nederlandse bollentelers die hiervan het grootste
marktaandeel leveren.
Tulpen worden op diverse wijzen gekweekt afhankelijk van het gebruik.
Geforceerde teelt dient als snijbloem of potplant om reeds heel vroeg
op het jaar de huiskamer te verfraaien. De gewone cultuur uit zaad
heeft als doelstelling, het aankweken van bloembollen die als gewone
tuinplant dienstig zijn.
Tulpenbollen kan men planten vanaf oktober tot eind november bij
voorkeur op een zonnige, goed vruchtbare en iets wat beschutte
standplaats. Ongeveer een 10 cm. diep, m.a.w. gemeten bovenop de top
van de bol, een plantafstand 15 cm. is vereist om een mooie groep te
creëren. Een rijke en droge bodem is sterk aanbevolen, in de winter
kan men deze afdekken met een laag compost of stalmest om te
beschutten tegen stevige vorst.