Tuin advies met foto's van de natuur, bloemen en planten.

Category: Planten (page 1 of 3)

 

Planten vormen een mooie verrijking voor de tuin. In deze rubriek vind je beschrijvingen en info over allerlei plantensoorten.

Bollen en knollen

Bollen en knollen

Naam Nederlands Planttijd Plantdiepte Bloeitijd Hoogte Verplanten
Allium Sierui 8 – 9 – 10 15 cm 5 tot 8 100-120 cm naar keuze
Alstroemeria Inca Lelie 3 – 4 / 9 – 10 20 cm 6 tot 8 50–100 cm alle 3 à 4 jaar
Anemone Anemoon 4 10 cm 6 tot 7 20- 50 cm 8
Begonia Knolbegonia 5 10 cm 7 tot 10 15- 35 cm 11 – 12
Canna Indisch bloemenriet 5 – 6 15 cm 7 tot 10 70 – 120 cm vorstvrij
Chionodoxa Sneeuwroem 9 -10 15 cm 2 tot 3 15- 25 cm naar keuze
Colchicum Herfsttijloos 7 – 9 20 cm 9 tot 10 15 – 25 cm naar keuze
Convallaria Lelieteje-van-dalen 3 – 4 10 cm 5 15 – 25 cm naar keuze
Crocus Krokus 9 – 10 10 cm 2 tot 3 10 – 20 cm naar keuze
Dahlia Dahlia 5 – 6 15 cm 8 tot 10 30 – 70 cm vorstvrij
Eremurus Naald van Cleopatra 9 – 10 20 cm 7 tot 8 60 – 120 cm naar keuze
Freesia Freesia 4 – 5 10 cm 6 tot 9 30 – 50 cm moeilijk
Fritillaria imperialis Keizerskroon 8 – 10 20 cm 4 tot 5 60 – 90 cm alle 3 à 5 jaar
Fritillaria meleagris Kievitsbloem 8 – 10 15 cm 4 tot 5 25 – 40 cm alle 4 à 5 jaar
Galanthus Sneeuwklokje 9 15 cm 1 tot 2 10 – 20 cm naar keuze
Gladiolus Zwaardlelie 4 15 cm 7 tot 9 70 – 120 cm vorstvrij
Hyacinthus Hyacint 8 – 10 20 cm 4 tot 5 15 – 25 cm alle 2 jaar
Iris in soorten Lis vlg. soort vlg. soort vlg. soort vlg. soort vlg. soort
Lilium Lelie 9 – 11 25 cm 7 tot 9 50 – 100 cm alle 4 à 5 jaar
Muscari Blauwe druifjes 9 – 11 15 cm 3 tot 4 15 – 25 cm alle 4 à 5 jaar
Narcissus Paasbloem 9 – 10 20 cm 3 tot 4 25 – 40 cm alle 4 à 5 jaar
Ornithogalum Vogelmelk vlg. soort vlg. soort vlg. soort vlg. soort vlg. soort
Ranunculus Ranonkel 4 – 5 10 cm 6 tot 7 20 – 30 cm vorstvrij
Scillia Sterhyacint 9 – 10 10 cm 3 tot 4 20 – 30 cm naar keuze
Tulipa Tulp 9 – 11 15 cm 3 tot 4 30 – 60 cm alle 2 jaar
Zantedeschia Aronskelk 4 – 5 15 cm 4 tot 6 80 – 100 cm vlg. soort

Wat is een bonsai?

Wat meer duidelijkheid over deze eigenaardige en mysterieuze planten. Sinds de laatste jaren ben ik gefascineerd geraakt door miniatuurboompjes, een echte passie. Het meest boeiende bestaat gedeeltelijk uit de creativiteit, het wonderlijke ven de natuur en het dagelijks genot van deze te aanschouwen.

Momenteel beschik ik over exemplaren van 35 jaar en ouder, deze worden meestal ingevoerd uit Thailand of Japan.
Eigenlijk zijn het ruwe exemplaren, waar de vorm of het model nog moet worden aangegeven. Dit zijn de gemakkelijkste creaties, aangezien deze reeds over een ruime vertakking, wortelgestel en ouderdomseffect beschikken. Het is belangrijk deze planten voldoende karakter en verfijning te laten uitstralen.

Een tweede manier, maar tevens de moeilijkste is planten uit de natuur of de kwekerij recupereren die vatbaar zijn voor dergelijke. Meestal zijn dit planten van minstens 10 jaar oud en worden deze gereduceerd op een hoogte van 30 tot 80 cm, naargelang de vorm en de soort. Nadien worden deze getraind in kuip of platte schaal gedurende 4 à 5 jaar, de vormgeving is hier het moeilijkste en vraagt ook een even lange periode. Na 3 à 4 jaar begint de plant kleine blaadjes en vruchten te vertonen, namelijk ¼ van de ware grote, dit is te wijten door jaarlijks de plantenschaal te verkleinen of door bladsnoei.
Pas na 15 à 20 jaar kunnen we spreken over een echte bonsai, geduld is hier de gouden regel, maar wordt tenslotte beloond en absoluut de moeite waard.

Een derde mogelijkheid is vetrekken met een jonge plant, stek, zaailing of ent om verder te kweken tot volwaardige plant. Dit procédé is het gemakkelijkste maar duurt het langste, dus moeilijker realiseerbaar.

Een vierde alternatief is vermeerderen door marcoteren. De meest gebruikelijke manier is sphagnum rond de stam verwikkeld en tenslotte verpakt in plastiek of pot. De wortels zullen uitgroeien in het mos aan de plant waar de ring in de bast gemaakt is of ontbloot. Deze werkwijze heeft het voordeel dat op één en dezelfde plant verschillende vermeerderingen kunnen gebeuren en uiteindelijk het startmateriaal reeds een degelijk visueel aspect heeft.

Er bestaan namelijk bonsais voor binnen en buiten, eigenlijk zijn ze beiden boeiend. Momenteel ben ik bezig een collectie aan te maken van miniatuurboompjes van inheemse aard. Een groot werk, namelijk een project van minimum 15 jaar, maar toch hoop ik van daarin te lukken. Het eigenaardige van de ganse zaak is dat men soms van een plant van 2 meter hoog in een paar uur een vormplant kan maken, meestal duurt dit jaren eer men er een specifieke vorm kan aangeven.

Het geheim om deze te verzorgen en te behouden is voldoende water en voeding geven. Aangezien zij tenslotte in een kleine pot staan is er geen overdreven reserve van vocht en voeding beschikbaar. Het regelmatig broezen van het loof is ook belangrijk, gezien dit uitdroging voorkomt en de natuurlijke watergifte praktisch evenaart.

Verschil beuk haagbeuk

Het verschil tussen Beuk en Haagbeuk

De laatste jaren zijn door de toename van nieuwe woningen, vele nieuwe hagen aangeplant. Typerend zijn vooral de coniferen die tanen als haag, door de stijgende tendens om het aspect van inlands en natuurlijk te evenaren. Maar coniferen, o.a. Chamaecyparis en Thuya occidentalis variëteiten, zijn meer onderhevig aan bruinverkleuring en soms meer vatbaar voor wortelschimmel met het afsterven tot gevolg. Dit geheel heeft ongetwijfeld de keuze als haag van Beuk of Haagbeuk beïnvloed. Van primerend belang is niet de keuze van de plant in functie van het uitzicht of de eigen smaak maar wel zijn hoedanigheid en toepassing. Inderdaad geen enkele plant is dezelfde en niet alle gewassen groeien overal. Van belang is de standplaats en grondsoort waar de planten moeten groeien en hier dient in eerste instantie rekening worden mee gehouden.

Carpinus betulus, Haagbeuk
Overwegend voorkomend in het Noordelijk halfrond als middelgroot exemplaar dienstdoend als laan-, bos- en sierboom. In vrije vorm kan deze tot 10 à 15 m hoog worden en kan aangewend worden voor de grotere tuinen alleenstaand of in groepsbeplanting. Opmerkelijk is de dichte en goed vertakte kroon met een korte, gladde grijsbruine stam.
Het blad is licht groen van kleur, elliptisch, sterk gepunt en 4 tot 6 cm. groot. Haagbeuk laat zich duidelijk herkennen door de zichtbare en tastbare nerven in het blad. Groeit relatief snel en bijna probleemloos in iedere grondsoort, doch een voedselrijke en leemhoudende niet al te droge bodem is aanbevolen.
Niet enkel als sierboom komt de Carpinus betulus in aanmerking. Deze verdraagt ook goed drastische snoei en kan ongetwijfeld klein gehouden worden. Hierdoor leent deze zich perfect als aanplanting voor hoge tot halfhoge hagen of schermen.

Om te starten gebruikt u best een 2 à 3 jarige zaailing, een iets oudere vertakte spil of veer. Om het effect van haag te creëren zijn 3 à 4 planten per lopende meter voldoende. Het regelmatig koppen of het insnijden van de hoofdtak stimuleert de vertakking en de dichtgroei. Door regelmatige snoei kan de haag vrij smal gehouden worden en kan men zelf de hoogte bepalen.

Fagus, Beuk

Dit is de meest voorkomende woud- of bosboom in gans Midden – Europa tevens belangrijk voor de houtproductie. Niettegenstaande stellen beuken hoge eisen aan standplaats en grondsoort. De boom wordt hoofdzakelijk aangewend voor parken, bossen en laan beplanting. Door zijn brede, open groei kan deze uiteindelijk 20 tot 30 m. hoog worden en is eerder geschikt voor grotere tuinen. Hier is het blad veel gladder, eirond, licht gepunt en van 5 tot 8 cm groot. Opmerkelijk is de donkere, glanzende kleur bovenaan en de veel lichtere tint aan de onderzijde. De gewone of groene Beuk, Fagus sylvatica heeft een donkergroen blad.
De andere cultivar is de rode of bruine Beuk, Fagus sylvatica ‘Purpurea’ en heeft purperrood kleurig loof. Beuken groeien het best in een goed doorlaatbare, luchtige, kalkrijke leemgrond maar schuwen vooral vochtige gronden, zware klei en een extra droge zandbodem.
De groei is eerder traag en kan eveneens perfect gebruikt worden voor hagen of schermen mits regelmatig te knippen. Voor de aanplanting en het onderhoud dienen dezelfde regels gevolgd te worden als bij de Carpinus betulus (Haagbeuk).

Onderscheid
Een duidelijk verschil kan men waarnemen bij de bladstructuur in de zomer en vooral in de winter. Beide zijn tenslotte bladverliezend, doch een van beiden bewaard tijdens de rustperiode beter zijn blad. Namelijk Fagus (Beuk) kan onder niet al te extreme weersomstandigheden beter zijn verdroogde bladeren vasthouden tijdens de winterperiode.

Struiken, bomen en vaste planten aanplanten

Over het onderwerp: ‘wanneer mag men planten’ hebben we het al gehad. Hebt u hierover nog twijfels? Raadpleeg dan snel onze vorige artikels.
Hoe men moet planten is het volgende stadium, eveneens niet te versmaden, gezien de belangrijkheid hiervan.

Weersomstandigheden
Eerst en vooral dient men rekening te houden met het weer. Zware vorst en extreme droogte zijn de grootste belemmeringen.
Concreet betekent dit het volgende, zware vorst zijn aanhoudende vriestemperaturen van – 5°C en meer. Droogtes doen zich het meest voor in de zomer bij snikhete temperaturen, nochtans tijdens de andere seizoenen en zelfs tijdens de winter kan dit euvel optreden. Het regelmatig en degelijk aangieten van nieuwe en reeds bestaande aanplantingen zal ongetwijfeld de conditie van alle gewassen ten goede komen.

Misschien zal het jullie verwonderen, maar zelfs bij regen moet men de planten vochtig houden en zelfs een handje toe steken. Bepaalde struiken groeien soms heel compact of staan op een stammetje, deze creëren namelijk een soort paraplu effect. Vooral pot- of kuipplanten komen hiervoor in aanmerking, in volle grond hebben planten meer ruimte en zoeken zelf hun natuurlijk evenwicht.

Hoe planten?
Maak een ruim plantgat, ongeveer het dubbele in verhouding met de kluit of wortelgestel. Dit heeft tot doel dat de grond rond de plant goed luchtig blijft opdat de wortels gemakkelijk ruimte vinden om zich verder te ontwikkelen. De uitgegraven grond goed mengen met universele potgrond, potgrond voor beplantingen of compost. De ideale verhouding is de helft om de helft.
Veiligheidshalve is het aangeraden de containerkluit of naakte wortel een bepaalde tijd onder te dompelen in water, totdat deze totaal verzadigd is van vocht, alvorens te planten.
De uiteindelijke klus kan geklaard worden, plaats de plant te midden het plantgat, ongeveer 5 tot 10 cm. dieper dan de kluit of wortels, afhankelijk van de grootte. Vul het plantgat met de klaargemaakte samenstelling, druk de aarde goed aan om een nauw contact mogelijk te maken met de wortels.

Vergeet echter niet van een degelijke steunpaal te plaatsen tegen bomen en ook goed aan te binden met boomband. Nooit meststoffen toevoegen in de plantput zelf, het onmiddellijke contact veroorzaakt verbranding en kan fatale gevolgen hebben.

Veel plantgenot toegewenst.

Pseudosasa

Tot dit geslacht behoren de middelgrote bamboes die opmerkelijk sterk en winterhard zijn. Door zware vorst en veel wind kan het loof schade oplopen, doch nadien herstelt deze makkelijk. De groei is opgaand en na een paar jaar buigen de scheuten licht over. Het blad is donkergroen, groot tot middelgroot. Pseudosasa onderscheidt zich door de dikkere, hogere en de weinig ontwikkelde knopen van de stengels met de Sasa soorten.

Een humusrijke bodem dat voldoende vocht en voedsel bevat is noodzakelijk voor een optimale groei. Het gebruik van de bamboe is veelzijdig en geschikt als solitair, haagbeplanting en kuipplant.

Opgepast, deze bamboe kan even breed als hoog worden en groeit snel door via de uitlopers.Als kuip- of potplant dient deze hierdoor regelmatig gescheurd of verpot te worden, anders gaat de kuip of terracotta gewoonweg barsten. Voor de aanplanting in volle grond is tevens een ruime standplaats voorzien, hierdoor is deze niet geschikt voor de kleine tuin.

Het vermeerderen van deze planten is heel eenvoudig te doen door scheuren of het afnemen van wortelscheuten. Zoals gesteld, zeker noodzakelijk voor exemplaren in pot of kuip maar ook noodzakelijk voor bamboes in volle grond. Hier dan evenwel om de groei in de breedte binnen de perken te houden.

Om deze bamboes gemakkelijk te onderscheiden van andere breedbladige soorten volstaat het om de stengels eens nader te bekijken. Op de Pseudosasa Japonica ’Tsutsumiana’ na heeft geen enkele plant van deze familie groeven in de stengels en kunnen deze dan ook als zeer cilindrisch van vorm omschreven worden.

Van deze schijn dwergbamboe (zoals de vertaling uit het Japans ons leert) zijn er twee belangrijke soorten die het bij ons goed doen:

Pseudosasa Japonica
Zeer groot voordeel van deze tot 2 à 4 meter hoog wordende bamboe is het feit dat de rizomen (wortelstokken) vrij kort blijven. De plant zal dan geen te vergaande uitlopers ontwikkelen. Het gebrek in lengte wordt anderzijds ruim gecompenseerd met het aantal. Uitdunnen zal dan jaarlijks een opdracht zijn. Bij deze soort springt meteen het weelderig lover in het oog, op toch relatief dunne stengels. Zeker in vergelijking met andere soorten. In Japan spreken ze van de “Ya-dake” als het over deze soort gaat, wat zoveel betekent als rechte mooi ontwikkelde stengels, waarvan men zeer goed pijlen kan maken. Het recht zijn van de stengels wordt geaccentueerd door het feit dat de knopen (de typische stengelverdikkingen van bamboes) wel aanwezig zijn maar bijna geen volume. Stengels zijn zacht olijfgroen en opvallend zijn de vrij lang behouden stengelscheden. De opstaande groei wordt ook benadrukt door de zijtakken. Die nemen eveneens een vrij verticale houding aan maar zullen zich het eerste jaar van uitlopen vrijwel nooit volledig ontwikkelen. Door een duidelijk afgelijnde gele middennerf krijgt het donkergroene blad dat aan de bovenzijde glanzend is een extra aantrekkingskracht. Bladeren kunnen een lengte behalen van 30 cm op een gemiddelde breedte van bijna 4 cm. Nooit panikeren als uw tuinbamboe niet bloeit. Integendeel zelfs. Want een bloeiend exemplaar heeft wel enkele jaren nodig om te recupereren. Dit omdat de plant na de bloei meestal afsterft tot tegen de grond en van nul moet herbeginnen.

Pseudosasa japonica ‘Tsutsumiana’
Verhoudingsgewijs eerder een kleintje te noemen, want met z’n 1,5 tot 2,5 meter hoogte kan hij niet echt concurreren met de P. japonica of andere bamboe soorten. De ‘sjalot-bamboe’ zoals de Japanners hem plegen te noemen heeft evenwel voldoende kwaliteiten om toch ook een volwaardige plaats te krijgen in een tuin. In de eerste plaats biedt deze het voordeel al veel beter geschikt te zijn voor kleinere tuinen gezien de beperkte hoogte. Ook de uitlopende wortelstokken doen het opvallend minder wat uiteraard verwildering tegengaat en deze plant gebruiksvriendelijker maakt. Zeer sierlijk, als enige van de Pseudosasa familie, zijn de groeven die zich zeer duidelijk aftekenen op de stengeldelen, gelegen tussen twee internodiën, maar ook doorlopen over de typische bamboeverdikkingen. De stengelscheden blijven bij deze soort vrij lang aan de plant aanwezig, maar laten zich goed verwijderen eens ze uitgedroogd zijn. Voor sommige mensen moet er hierbij toch gewaarschuwd worden voor een mogelijke huidirritatie. Deze zou veroorzaakt kunnen worden de ruwe haartjes die zich op deze stengelscheden bevinden.
Door de beperktheid van wortelstokken heeft deze ‘Tsutsumiana’ (genaamd naar dhr. Tsutsumi) een streepje voor om gebruikt te worden als kuipplant. Maar weet dan wel dat u pas een mooie plant krijgt –zeker wat betreft de verdikking van de internodiën- als u voldoende voedingsstoffen met gepaste regelmaat toedient.

Lavatera

Dit geslacht bestaat uit een 25 tal soorten vaste planten, éénjarigen en tweejarigen.
Vooral de vaste planten zijn van belang vanwege de zeer lange bloeiperiode. De doorlevende planten zijn half heesters met kruidachtige stengels die aan de voet duidelijk houterig zijn. Deze hebben enkelvoudig tot handvormig gelobde bladeren die viltig aanvoelen.
De bloemen zijn vergelijkbaar qua uitzicht met die van Hibiscus of Malva (kaasjeskruid), de kleuren variëren van wit tot roze.
De doorlevende Lavatera’s zijn volledig tot matig winterhard.

Standplaats
Een zonnige standplaats op een doorlaatbare bodem is aanbevolen, doch geef de planten voldoende ruimte want één plant kan 1,5 m diameter bereiken.

Gebruik
Achteraan in borders, kleine groepen of als solitair. Grote beplantingen met Lavatera is af te raden, gezien de planten zonder enige beschutting kunnen lijden door de vorst of invriezen.

Vermeerderen
De vaste heesterachtige soorten door stekken.
De één- en tweejarige cultivars door zaad.

Aanbevolen variëteiten
Lavatera cachemiriana
Herkomst: West-Himalaja, Pakistan tot Noord-India
Hoogte: 2 m
Bloei: 5-8 cm grote lichtroze bloemen van juli tot september.

Lavatera olbia
Herkomst: Italië, Sicilië, Spanje, Portugal en Noord-Afrika
Hoogte: 2 m
Bloei: 3,5 tot 7 cm grote roze bloemen van mei tot september.

Lavatera thuringiaca
Herkomst: Europa, Centraal-Azië, Rusland, N.W-China,Turkije.
Hoogte: 1,5 m
Bloei: 4,5 – 10 cm grote bloemen in wit of roze van juli tot september.

Hybriden

Miscanthus

Niet enkel sierstruiken, vaste planten of bomen sieren onze tuinen, in de nazomer staan de siergrassen merkelijk op hun best. Miscanthus kan onderverdeeld worden binnen het gamma van de grassen en neemt het grootste assortiment voor zijn rekening.

Sommige zijn decoratief door het blad, de groeiwijze of anderzijds de bloempluimen. Siergrassen worden vaak verkocht als bamboe en met deze verward. Een duidelijk onderscheid kan hier nochtans gemaakt worden. Bamboe heeft houterige en verharde stengels en is geheel of gedeeltelijk wintergroen. Miscanthus daarentegen heeft veel fijnere twijgen en sterft af in de winter.

Prachtriet soms ook scherpgras of Chinees riet genoemd is de laatste jaren veelvuldig aangeplant. Hij leent zich tot aanplantingen als solitair, haagplant of natuurlijk scherm. Vooral een vijver, zonder aanplanting van Miscanthus als oeverplant, kan men nog moeilijk wegdenken. Riet heeft trouwens het grote voordeel minder te woekeren dan de meeste bamboe soorten.

Opgepast bovenvermelde rietsoort houdt niet van een al te natte bodem, vooral in de winter zou een te vochtige bodem schade te weeg brengen, met het afsterven als gevolg. Hierdoor is een vruchtbare tuingrond met een goed doorlaatbare grond sterk aanbevolen.

Gebruik deze als aanplanting ver van de rand van uw waterpartij en gun hem voldoende ruimte om zich te ontwikkelen, aangezien de plant bijna jaarlijks in omvang verdubbelt.

Tijdens de winter sterft de plant tot aan de grond af, het verdroogde gras kan men naar believen en smaak laten staan of wegsnijden. Sommige variëteiten behouden hun sierlijkheid beter, anderen zijn hiervoor minder geschikt tijdens deze periode.

In het voorjaar loopt dit gewas weer uit met nieuwe stengels en ontwikkelt zich tenslotte tot een fors gewas met effen groen, grijsgroen, generfd, gestreept of gerand blad naargelang de soort. Bepaalde variëteiten vertonen in het najaar witte, zilverkleurige pluimen die iets hoger dan het gewas zelf groeien. Dit alles maakt deze plant nog spectaculairder.

Vermeerdering door te delen.

Een opsomming van de belangrijkste cultivars zijn:
Miscanthus floridulus: synoniem giganteus, breed groen blad met witte middennerf, een van de sterkste groeiers en kan tot 3 meter hoog worden.

Miscanthus sinensis ‘Gracillimus’: heeft fijne smalle bladeren met lichte middennerf en wordt ongeveer 2 meter hoog.

Miscanthus sinensis ’Graziella’: is opmerkelijk door zijn veelvuldige zilverrode bloemaren.

Miscanthus sinensis ’Kleine Fontäne’: wordt 1m50 hoog en bloeirijk met zilverrode bloemtuinen.

Miscanthus sinensis ‘Kleine Silberspinne’: matig groeiend met fijn blad, licht generfd met zilverroze pluimen.

Miscanthus sinensis ‘Silberfeder’: rijkelijke bloei, zilverkleurig, half hoge groei.

Miscanthus sinensis ‘ Strictus’: groen loof met gele dwars strepen, hoogte tot 2m50.

Miscanthus sinensis ’Variegatus’: opvallende witgestreepte bladeren, groeit matig tot 2m50, bloemen zijn afwezig.

Miscanthus sinensis ‘Zebrinus’: gele strepen in het blad, doch groeit meer overhangend tot 2m50 hoog.

Kalmia

Deze sierstruik bestaande uit ongeveer 7 soorten zijn meestal wintergroene heideplanten die inheems zijn in Noord-Amerika. Kalmia bloeit in mei – juni met trossen en komvormige roze bloempjes. Alle soorten zijn uiterst giftig!

Standplaats
Humusrijke, matig vochtige bodem in zon of halfschaduw.

Gebruik
In de heidetuin als solitair of groepsbeplanting.
Gezien de trage groei, kan Kalmia ook heel goed gebruikt worden in combinatie met vaste planten. Dit gewas is voldoende winterhard, maar toch is een beschutte standplaats aangewezen, omdat de planten kunnen lijden van uitdrogende wind in de winter.

Vermeerdering
Door halfverhoute stekken in de zomer en afleggen.

Variëteiten

Kalmia angustifolia
Herkomst: Noord-Amerika
Een lage opengaande vertakte struik van ongeveer 1 m hoog, smalle bladeren tot 5 cm lang. Felle roodachtig roze gekleurde bloemen in mei. De plant wordt in Amerika ‘Sheep laurel’ genoemd omdat schapen soms verward raken in de lage breed uitstaande takken.

‘Ovata’: een vorm met breder blad.
‘Rubra’: donkerroze kleurige bloemen met lange bloei.
‘Rubra Nana’: dwergvorm.

Kalmia cuneata
Herkomst: Noord en Zuid Carolina
Kleine tot 1 m hoge bladverliezende tot semi-bladverliezende struik.
Bloeikleur: wit
Zeldzame plant

Kalmia latifolia
Herkomst: Noord-Amerika
Naast Rhododendron waarschijnlijk één van de rijkst bloeiende struiken voor een zure bodem. Roze bloemen in juni – juli.
Hoogte: van 2 tot 3 m.

‘Alba’: heel licht roze bijna wit.
‘Clementine Churchill’: donkerroze.
‘Elf’: compacte vorm, waarvan de jonge scheuten paarsachtig rood verkleuren.
‘Nipmuck’: donkerrood in knop, bijna wit wanneer de bloemen openen.
‘Ostbo Red’: felrood in knop, roze wanneer de bloemen openen.

Kalmia polifolia
Herkomst: Alaska tot Californië
Kleine glanzende donkergroene blaadjes, bloeit in grote trossen, purperroze van kleur.
Bloei: April
Groeit van nature in moerassen, dus is een steeds vochtige standplaats aangewezen.

Hibiscus syriacus

Als men een rijk en langdurig bloeiende sierstruik zoekt kan ik alvast deze doorlevende plant sterk aanbevelen. Deze bladverliezende heester bloeit vanaf eind juli tot zelfs in oktober. De bloemen zijn groot enkel of dubbel en vertonen een opmerkelijke verscheidenheid aan kleurenschakering van helderwit, roos, rood tot violet en lila blauw. Sommige zijn gevlekt en vertonen een donker stervormig verzadigde tint in het hart van de bloem. De bloemenweelde zal sterk beïnvloed worden door zonnestralen, vochtigheid of regenval, bij nat weer komen de bloemen nauwelijks open. Naargelang de variëteit zijn de bloemen van 6 tot 15 cm. groot.

Hibiscus syriacus heeft zijn oorsprong gevonden in het Verre Oosten. Soms is er verwarring door de gelijknamige kamerplant die in de zuidelijke contreien met een mediterraan of subtropisch klimaat als haagplant of straatboom aangewend wordt.
De Altheastruik komt het best tot zijn recht op een zonnige, iets wat beschutte eerder warme standplaats met een goed doorlaatbare bodem. Jonge planten groeien traag en kunnen tot 1m50 – 2m50 uitgroeien naargelang de variëteit.
Van cruciaal belang is echter de snoei, jaarlijks is een diepe snoei gewenst. Dit gewas bloeit enkel op jong hout dus op nieuw schot.

Vermeerdering door enten.

Zaailingen zijn eerder wilde planten en zijn herkenbaar door hun veel snellere groei en hun purperblauwe bloemen.

Een opsomming van de meest courante cultivars:
Hibiscus syriacus ‘Duc de Brabant’: dubbele bloemen, purperroze.

Hibiscus syriacus ’Jeanne d’Arc’: dubbele bloemen, wit.

Hibiscus syriacus ‘Roseus Plenus’: dubbele bloemen, paarsroze.

Hibiscus syriacus ‘Variegatus’: geel gerande bladeren, dubbele bloemen, donkerrood.

Hibiscus syriacus ‘Coelistris’: enkele bloemen, blauw, gedrongen groei.

Hibiscus syriacus ‘Diana’: enkele grote bloemen, wit.

Hibiscus syriacus ‘Hamabo’: enkele bloemen, witroze met rood hart.

Hibiscus syriacus ‘Melrose’: enkele grote bloemen, lichtroos met rood hart.

Hibiscus syriacus ‘Melwhite’: enkele grote bloemen, zuiver wit.

Hibiscus syriacus ‘Oiseau Bleu’: enkele bloemen, blauw, hogere groei.

Hibiscus syriacus ‘Red Heart’: enkele bloemen, witroze met rood hart.

Hibiscus syriacus ‘Rubis’: enkele bloemen, rozerood, compacte groei.

Hibiscus syriacus ‘Woodbridge’: enkele bloemen, rozerood, hoge groei.

Hamamelis

In het ganse gamma van sierstruiken zijn winterbloeiende het minst voorkomend. Hierdoor zijn deze ongetwijfeld van belang en bijna een must voor elke tuin. Struiken bloeien periodiek, een grote verscheidenheid is aanbevolen om steeds iets attractiefs te hebben.

De Hamamelis is een prachtige verschijning gedurende de maanden januari en februari. De lintvormige bloempjes zijn lichtgeurend, meestal geel van kleur en maken de tuin aantrekkelijk. Bij zacht weer kan de bloei al eerder optreden, bij zware vorst of sneeuw wachten de bloemen op betere temperaturen door zich lichtjes op te rollen. De toverhazelaar zal op een beschutte en zonnige standplaats het bloeirijkst zijn. Door zijn trage groei kan hij ook aangewend worden in de kleinere tuin doch kan hij op volwassen leeftijd een hoogte bereiken van 3 tot 4 m. hoog.
Aanplanten op een vruchtbare humusrijke bodem met een goed doorlaatbare en geen al te zware grond is vereist voor een optimale groei en bloei. Veel snoei is niet vereist door zijn hoedanigheid, insnijden op jonge leeftijd na de bloei bevordert de compactheid van de struik.

Het blad lijkt op een hazelaar, is ovaalvormig en 8 tot 10 cm groot, glanzend en donkergroen van kleur. In de herfst heeft de Toverhazelaar een opvallend mooie gele herfstverkleuring.

Vermenigvuldigen door enten.

De meest gekende variëteiten zijn:
Hamamelis intermedia “Arnold Promise: opgaand groeiend, rijkelijke en late bloei, lichtgele bloemen.

Hamamelis intermedia “Diane”: zelfde eigenschappen als voorgaande maar met roodpaarse bloei.

Hamamelis intermedia “Jelena”: breed groeiende struik met koperkleurige oranje bloemen.

Hamamelis intermedia “Moonlight”: grote lichtgele bloemen.

Hamamelis intermedia “Pallida”: synoniem Mollis, brede opgaande groei, grote lichtgele, gekroesde welriekende bloemen.

Hamamelis intermedia “Ruby Glow”: donker purperrode bloei.

Older posts

© 2020 Tuinindex.be